Verbeter je de wereld door te shoppen ?

In De Standaard van 14 mei 2016 verscheen een interview met de filosoof Wouter Mensink over Fairtrade en over het feit of fairtrade shoppen in se iets verandert in de wereld.
Mensink zelf is het prototype van de bewuste consument, maar hij heeft zijn twijfels of dat bewust winkelen ook echt de wereld zal verbeteren.” In Nederland kiezen slechts 5% van de inwoners voor duurzame producten. Dat is niet veel en als individuele consument stuur je daarbij wel de markt de goede richting uit. Maar zo krijgt die consument wel heel veel verantwoordelijkheid op zijn schouders. Het zou fijner zijn als je erop kon vertrouwen dat wat je koopt sowieso oké is. Keurmerken zijn een leidraad maar voor voeding alleen zijn er al 79 keurmerken. Als een supermarkt een groen blaadje op een label drukt, denk je : aha, ecologisch, maar eigenlijk is het gewoon een groen blaadje op een label.”
Mensink stelt dat de overheid ervoor moet zorgen dat elk product in de rekken een verantwoorde aankoop is en dat het niet aan de consument is om daar scheidsrechter over te spelen. “Ik hoop dat we binnen 30 jaar terugkijken en zeggen : weet je nog dat je in de supermarkt slaafvrije chocolade kon kopen naast chocolade die door slaven werd gemaakt ? Dat was toch gek ?”
Mensink heeft niets tegen mensen die fairtrade kopen maar vraagt zich af of we geen andere rol kunnen opnemen in plaats van kopen. “Burgers kunnen zich verenigen in netwerken, kunnen druk zetten op de overheid of het bedrijfsleven, het publiek debat voeren over wat we wel en niet in onze winkels willen”.
“De nadruk van engagement is teveel op consumeren komen te liggen. Kijk naar de wereldwinkels : vaak zijn dat plekken waar je leuke, exotische cadeautjes koopt, in plaats van ruimtes waar je kan bijleren en je aansluiten bij een politieke beweging die druk kan zetten op de overheid”.
Ik kan Mr. Mensink goed volgen in zijn redenering. Maar voor de sake of argument bekijkt hij maar de helft van de betrokkenen : consumenten, winkels en regeringen aan deze kant van de aardbol en de taak die ze op te nemen hebben. De producenten in die andere wereld, aan de andere kant van de aardbol, helpen wij daar geen meter mee vooruit. Aan de totale koffiebehoefte in het westen zullen ze nooit kunnen voldoen omwille van hun kleinschaligheid. Hun regeringen of de politiek in hun land beïnvloeden zodat de lokale economie beter gaat draaien, is in veel landen nog veel werk, om het zachtjes uit te drukken.
Terwijl we hier verder aan het voorstel van Mr. Mensink kunnen werken, blijf ik “leuke en exotische cadeautjes” (ver)kopen omdat ik zie wat dat kan betekenen op kleine schaal en op gemeenschapsvlak. Omdat het misschien naïef is maar ik toch blijf geloven dat grote veranderingen bij een kleine gemeenschap begint. Omdat er veel mensen zijn die al hun energie en tijd steken in projecten die iets teweegbrengen op lokaal vlak. En omdat ik geloof dat kleine beetjes nog altijd een groot maken.